Over de jeugd van de in Culemborg geboren Anthony van Diemen is niet veel bekend. Zijn vader was burgemeester van Culemborg en liet hem een gedegen opleiding volgen in de hoop dat Anthony ooit ook burgemeester van Culemborg zou worden. Het liep anders.

In 1616 trok hij naar Amsterdam waar hij, zoals veel zonen van patriciërs, zijn geluk in de handel beproefde. Niet erg succesvol want in 1617 ging hij failliet. Hij solliciteerde daarna bij de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) maar die vonden hem vanwege het faillissement een te groot risico. Van Diemen ging daarom onder de valse naam Thonisz Meeuwisz als adelborst bij de marine naar Indië.

Hij kwam in augustus 1618 in Batavia aan. Daar vond hij werk als klerk op het kantoor van de gouverneur-generaal, Jan Pietersz. Coen, die geïnformeerd was over wie hij werkelijk was. De samenwerking met Coen was een groot succes. Van Diemen werd met steeds belangrijker taken beslast, in 1626 uitmondend in een benoeming tot directeur van de handelsactiviteiten van de VOC.
Van Diemen is in 1630 met Maria van Aelst getrouwd. Het huwelijk bleef kinderloos.

In 1631 keerde hij als admiraal op het schip Deventer terug naar Holland. Maar niet voor lang. In 1632 keerde hij weer terug naar Indië. Vier jaar later werd hij daar benoemd tot gouverneur-generaal. In datzelfde jaar voer hij uit om een opstand in de Molukken neer te slaan en hij deed dat meedogenloos. Tevens begint hij een oorlog om de Portugezen uit Ceylon te verdrijven, in belangrijke mate vanwege de handel in kaneel. Maar ook sluit hij vrede met de sultan van Malakka waarmee de VOC al vijf jaar in oorlog is. Andere verdiensten van Van Diemen zijn het sluiten van voor de VOC erg voordelige verdragen met Atjeh, Noord-Sumatra en de Molukken waardoor de wereldwijde specerijenhandel grotendeels in handen van de VOC kwam. Tevens heeft hij voor goede handelsrelaties met Japan en China gezorgd. De Hollandse kooplieden hadden als enige westerlingen toegang tot Japan via het eilandje Decima.

De meeste faam verwerft Van Diemen door de ontdekkingsreizen die hij entameert en uitrust. Twee naar het noorden van Japan en de eilanden daar, en een naar het onbekende ‘Zuidland’ (Australië). Op die door Van Diemen georganiseerde reis ontdekt Abel Tasman verschillende eilanden waaronder Nieuw-Zeeland. Een van die eilanden vernoemt hij naar zijn opdrachtgever: Van Diemensland. Later is Van Diemensland hernoemd naar zijn ontdekker: Tasmanië. Een eilandje ten oosten van Tasmanie is naar de vrouw van Van Diemen vernoemd: Maria Island.

Van Diemen sterft op 19 april 1645 in Batavia. Het bewijs voor zijn grote verdiensten blijkt uit het feit dat zijn weduwe Maria 20.000 gulden van de VOC kreeg. Ter vergelijking: in die tijd was het jaarloon van een geschoolde vakman zo’n 350 gulden.

Het Zeeheldenkwartier is levende historie!

Jan van Galen (1604 – 1653): Kloekmoedig voor de goede zaak

Jan van Galen kwam in Essen (Duitsland) ter wereld. Door het overlijden van zijn vader ging Jan, gedwongen door geldnood, op 13-jarige leeftijd als matroos werken. Door zijn ijver, bekwaamheid en moed werd hij op 26-jarige leeftijd tot scheepsbevelhebber bij de VOC bevorderd.

Hugo de Groot (1583 – 1645): Verguisd genie van wereldformaat

Hugo de Groot (in het Latijn Grotius) werd in Delft geboren in een welgesteld regentengeslacht. Het was een wonderkind. Hij was pas acht toen dichtte hij al in het Latijn en vertaalde hij Latijnse en Griekse boeken. Op zijn elfde ging hij geesteswetenschappen studeren aan de universiteit van Leiden.

Vereniging Hendrick de Keyser: Historie ZeeheldenKwartier veilig gesteld

De bouwcontainer. Tijdens de crisis zag ik hem maar weinig in het ZeeheldenKwartier, nu is er in iedere straat wel één te vinden. Met pijn in het hart zie ik soms wat er in gaat: oude paneeldeuren, stukken glas in lood… Vooral als woningen tot appartementen verbouwd worden, blijft er van de oorspronkelijke indeling en details vaak weinig over.

Jan Frederik Helmers (1767 – 1813): Verzetsman met de pen

Jan Frederik Helmers was de zoon van een zeer welgestelde Amsterdamse metselaar, steenkoper en makelaar. Jan was een snel en leergierig ventje en zijn ouders gaven hem een gedegen opleiding. Hij beheerste naast zijn moedertaal ook het Engels, Frans en Duits.

Sint Crispijn (3e eeuw na Chr.); Standvastige weldoeners

Vanwege de schoenmakersactiviteiten is Crispinus (Crispijn in het Nederlands) beschermheilige geworden van schoenmakers, leerlooiers en orthopedisten. Dat de Crispijnstraat naar de heilige Crispinus is genoemd komt omdat in die straat in 1921 de schoenmakersvakschool is gekomen.