Richting de Pasen had mijn baas het niet meer: wat is er toch Luukie,
je eet en drinkt bijna niet, je wil nauwelijks naar buiten? Ze kreeg
geen antwoord, ik wist het ook niet, maar langs de dokter voor dat
speciale voer en een advies leek me een goed plan. Teruggekomen
ging ze met die dure blikjes aan de gang, maar ik vond er niets aan en
trok mijn neus op. De volgende dag moest ze al heel vroeg op
schoolreis, maar ik lag er voor lijk bij, dus vroeg ze de buurvrouw om
eens tussendoor te kijken. Die heb ik lekker laten schrikken, want ik
bewoog me niet in mijn mand. Totdat ze met haar hand onder mijn jas
ging om te voelen of ik nog warm was. Dat kietelde zodat ik naar de
tuin ben gesjokt. De buuf blij en wanhopig, belde onmiddellijk mijn
baas maar die was van de stress de telefoon vergeten want die rinkelde
op de bank…Die avond drama: ik at en dronk niets en kwijlde en
stonk uit mijn bekkie…
Met de t.v. aan heeft de baas toen echt zitten huilen en gezegd dat ze
me zo lief vond en nu al afscheid nemen, enz. enz. Later mompelde ze
ook dat we ‘s morgens naar de dierendok zouden gaan, want
misschien had ik wel een abces in mijn bek of iets heel ergs…en pijn!

In de auto, met een steunvriendin, zijn we liefdevol ontvangen door de
dokter. Ze pakte me zachtjes op, zette me op haar onderzoekstafel,
keek in mijn bek, en liet mijn vrouwtje zien wat het was! Iets ergs,
want het werd stil tussen die mensen en het vrouwtje liet weer een
traan…
En ik, ik stond daar maar te bibberen, heel akelig, totdat ze zei: “ laten
we de antibiotica en die pijnstiller proberen, misschien is het alleen
een ontsteking! We gaan ervoor!”

Els Kruik